Nu ik me al eventjes in Uganda begeef, begin ik me aardig thuis te voelen hier in Kyotera. Ik spring achterop de boda boda (brommer waarmee je over korte afstanden kan worden vervoerd) om van de ene naar de andere plek te komen, op de markt weet ik de rijpe avocado’s er tussenuit te plukken en kan ik ze afdingen tot 200 shilling per stuk, lopend naar het ziekenhuis zwaai ik vrolijk terug naar alle kindjes die “bye muzungu” naar me roepen, in de matatu (taxi) wring ik me als laatste tussen de overige tien passagiers, en als we ’s ochtends om half negen in het ziekenhuis hebben afgesproken, maken we ons rond negenen langzaam aan klaar voor vertrek. Je hoort mij niet klagen, het leven hier is heerlijk! Bovendien leven we hier in aangename temperaturen van rond de 30 graden.